Hoeveel zin heeft het coffeeshop-beleid?

NRC Next

27 september 2011

 

Hoeveel zin heeft het coffeeshop-beleid?

 

"De overheid is een goede werkgever voor criminele organisaties"

 

De Maastrichtse gemeenteraad besluit vandaag waarschijnlijk tot verplaatsing van de eerste drie coffeeshops uit de binnenstad naar de rand van Maastricht. De nieuwe thuisbasis voor de coffeeshops Mississippi, Smokey en Missouri wordt de Köbbesweg, aan de zuidas van de stad, grenzend aan buurgemeente Eijsden.

 

Maastricht praat al jaren over een spreidingsbeleid. Uiteindelijk moeten zeven van de veertien coffeeshops uit de binnenstad verdwijnen. Bewoners zouden er te veel overlast van drugstoeristen ervaren. Het kabinet wil hen met een pasjessysteem in het hele land uit coffeeshops weren.

Waaruit bestaat de overlast precies? En hoe staat het met de plannen om de afstand tussen scholen en coffeeshops te vergroten? Heeft dat wel zin? Anne Dohmen zocht het uit voor de papieren Next van vandaag.

 

Waarom doet Maastricht dit?

 

De Zuid-Limburger haalt zijn sigaretten in Duitsland en zijn benzine in België. Niet zo vreemd, met 221 kilometer buitenlandse grens. De omringende landen weten op hun beurt de veertien Maastrichtse coffeeshops te vinden. Jaarlijks worden ze bezocht door 4,6 miljoen mensen, van wie maar 41 procent uit Nederland komt. Nog eens 41 procent is Belg en de rest is voornamelijk Frans of Duits. Dat is gunstig voor

Maastricht: de drugstoeristen geven, los van hun bezoekje aan de coffeeshop, 117 miljoen euro per jaar uit in de stad.

 

Minder plezierig zijn de verkeersopstoppingen die ze veroorzaken en het intimiderende, soms gewelddadige gedrag van de zogenaamde ‘drugsrunners’

die tussen parkeerplaats en coffeeshop de bezoekers illegaal drugs proberen aan te smeren. Een groeiend probleem, volgens Marc Josemans, voorzitter van de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht (VOCM), aangezien zij complete straten als hun territorium zien. Voorbijgangers worden aangesproken – geïnteresseerd of niet.

 

Met het verplaatsen van de helft van de coffeeshops naar de rand van de stad, dichtbij de A2, worden het verkeersprobleem en het verstorende gedrag van de drugsrunners deels opgelost. Er is namelijk uitgerekend dat 54 procent van de coffeeshopbezoekers graag bereid is om buiten de stad zijn wiet te kopen. De toeristen die in de binnenstad coffeeshops willen bezoeken, blijven daar welkom, aldus Josemans. De meerderheid van de Maastrichtse gemeenteraad steunt het spreidingsbeleid, dus de kans is groot dat vandaag akkoord wordt gegaan met verplaatsing van de shops.

 

Komt de nationale wietpas er?

 

Het Openbaar Ministerie heeft vijf gedoogvoorwaarden opgesteld die gelden voor alle Nederlandse coffeeshops. Te weten: coffeeshops mogen geen reclame maken, geen harddrugs verkopen, geen overlast veroorzaken, geen jongeren onder de 18 jaar in de coffeeshop toelaten en geen grote hoeveelheden verhandelen (maximaal 5 gram per transactie) of op voorraad hebben (maximaal 500 gram). Nu komt daar, als het aan minister Opstelten (Justitie, VVD) ligt, nog een zesde voorwaarde bij: elke coffeeshop moet een eigen vereniging oprichten en zijn clientèle daar via een pasjessysteem lid van maken. Merkwaardig, vindt hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen. Want coffeeshops worden weliswaar gedoogd, maar zijn niet legaal. Zo’n lijst met clubleden wordt dan dus een register van mensen die de wet overtreden. En een club die zich ten doel stelt strafbare feiten te plegen, is in strijd met de openbare orde. De zogenaamde ‘wietpas’ die coffeeshops alleen toegankelijk maakt voor meerderjarige inwoners van Nederland is dan ook juridisch ontoelaatbaar, zegt Brouwer. Voor toeristen wordt het met de wietpas onmogelijk om in Nederlandse coffeeshops drugs te kopen. Het is de vraag of ze zich daardoor niet tot straatdealers wenden, met alle overlast van dien.

 

Toch oordeelde de Raad van State deze zomer dat deze inbreuk op het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 in de Grondwet is toegestaan om het drugstoerisme en de daarmee gepaard gaande overlast tegen te gaan. Of hogere Europese rechters het eens zijn met de zienswijze van de Raad van State blijft de vraag. Begin oktober volgt in de Tweede Kamer een hoorzitting met deskundigen. Als een meerderheid van de Kamer instemt, kan de wietpas ergens volgend jaar worden ingevoerd.

 

Is een coffeeshop bij school erg?

 

In 2010 waren er 58 coffeeshops in Nederland binnen een afstand van 350 meter van een school voor voortgezet onderwijs gevestigd. Dat komt neer op 9 procent van alle coffeeshops. Die moeten van minister Opstelten allemaal verdwijnen uit de nabijheid van scholen. Hij wil daarover deze kabinetsperiode een wetsvoorstel indienen.

 

Ervaring met een verplichte afstand tussen scholen en coffeeshops heeft hij al: als burgemeester van Rotterdam eiste Opstelten dat per 1 juni

2009 alle coffeeshops binnen een afstand van 200 meter hemelsbreed of 250 meter loopafstand van middelbare scholen de verkoop van softdrugs staakten. In opdracht van de gemeenteraad werd het effect daarvan onderzocht op het softdrugsgebruik en normbesef van jongeren. Vorig jaar werden de resultaten bekend. Conclusie: het koopgedrag van jongeren is niet veranderd door het sluiten van nabijgelegen coffeeshops en hun gebruik van softdrugs en hun normbesef evenmin. Nog steeds is een ruime meerderheid van de scholieren (83 procent) zich bewust van de verslavende werking van hasj en wiet, nog steeds vindt een ruime meerderheid (82 procent) het slecht als leeftijdsgenoten het gebruiken en nog steeds denkt een groot deel (63 procent) dat het gebruik gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.

 

Wat kan het effect van beleid zijn?

 

Rechtswetenschapper Brouwer denkt dat met het invoeren van de wietpas – en daarmee met het registreren van de naam van de wietkopers – zelfs de Nederlanders hun softdrugs in het illegale circuit gaan halen. Terwijl het huidige gedoogbeleid volgens hem juist goed werkt. Het idee daarachter was: we kunnen het gebruik niet tegengaan, we kunnen het hooguit controleren. Brouwer: „Ondergronds hebben dealers wiet in hun linkerzak en harddrugs in hun rechterzak. Een dealer zegt dan tegen zijn

klant: ik heb ook nog wel wat anders voor je. Met alle gevolgen van dien. In coffeeshops kan zich dit dilemma niet voordoen.”

 

Marc Josemans van de Maastrichtse coffeeshops zegt het zo: „De overheid toont zich meer dan ooit een goede werkgever voor criminele organisaties. Maar die organisaties betalen geen belasting, gaan niet de dialoog aan met de overheid aan en laten zich geen grenzen opleggen. Ze zijn, kortom, oncontroleerbaar.”

_______________________________________________

Drugsbeleid mailing list

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

https://lists.tni.org/mailman/listinfo/drugsbeleid